Bamboes
houden van een goed doorlaatbare bodem.
Te dichte bodems zijn verantwoordelijk voor
wortelverstikking en de groei wordt sterk beperkt.
De bodem is bij voorkeur humus- en voedselrijk, met licht
zure pH. Bamboe is
een dankbare plant die op verschillende bodemtypes kan groeien.
Het zijn ook sterk groeiende planten, die heel wat voeding
nodig hebben. In het
voorjaar wordt daarom met een snelwerkende stikstofrijke meststof,
organisch of anorganisch, bemest.
In
de jaren na aanplant omvat de verzorging van de aangeplante
bamboes minimaal een jaarlijkse controle op het eventueel uitlopen
van rizomen. Afhankelijk van de planning en uitvoering, wordt deze
routineklus meer of minder ingewikkeld.
Indien nodig kunnen gepaste maatregelen worden genomen.
Naarmate
de aanplant ouder wordt zullen ook meer en meer dode stengels zich
in het midden van de plant ophopen.
Het is dan nodig, niet in het minst om de sierwaarde in
stand te houden, om deze dode stengels te verwijderen.
Dit komt de uitgroei van nieuwe scheuten ook ten goede.
Nieuwe scheuten lopen bij bamboe uit vanaf april-mei tot in het
najaar. De meeste
Phyllostachys-soorten schieten in het voorjaar, met soms een
tweede ‘vlucht’ later op het jaar.
Chimonobambusa scheuten groeien uit in het najaar, en
andere soorten kunnen gedurende het hele groeiseizoen scheuten
geven. Om een goede afrijping en afharding van de stengels naar de
winter toe te bevorderen, gebruiken we geen stikstofrijke
meststoffen in de zomer of het najaar.
Een bijkomende bemesting met siliciummeststof zorgt wel
voor extra stevigheid van de stengels !
De
meeste winterharde bamboes komen strenge winters door. Soms treedt bladschade op, en soms vriest bij gevoelige
types, afkomstig uit subtropische streken, het bovengrondse deel
af tijdens een strenge winter.
Beschadigde stengels kunnen na de winter worden verwijderd,
zeker bij bodembedekkers. Omdat het groeiseizoen van bamboes vrij
laat begint (mei en juni) vormen vele planten na de winter
gedurende lange tijd een troosteloze aanblik.
Best is dan om dit oude loof te verwijderen.
Dit bevordert de uitgroei van nieuwe scheuten en het
uitlopen van slapende zijknoppen.
Bamboes lenen zich overigens algemeen goed tot snoei; hagen
zowel als vormsnoei bij hogere soorten.
Bloei
bij
winterharde bamboes
Binnen
het plantenrijk behoren grassen en dus ook bamboes tot de
hoofdafdeling van de Zaadplanten. Ze zorgen voor nakomelingen door
middel van bloei en zaden. Bloei van bepaalde bamboes treedt
cyclisch op (bijvoorbeeld elke 30 of elke 100 jaar), maar bij
veruit de meeste winterharde bamboes is er geen voorspelbaar
patroon, en de fysiologische en genetische factoren die bloei
induceren, zijn niet gekend.
Soms maar zeker niet altijd, sterft de bamboe af na bloei.
Gedurende de jaren negentig bloeide Fargesia murieliae op grote schaal in Europa. Uit de zaailingen van deze
soort werden reeds een aantal jaren terug bijzondere selecties
gemaakt, die de komende
decennia niet tot bloei zullen komen. Andere bamboes, zoals Pseudosasa japonica,
of verschillende Sasa, Phyllostachys en Pleioblastus-soorten,
hernemen na de bloei opnieuw hun gewone groei, zonder blijvende
schade.