Bamboe
heeft de laatste jaren sterk aan populariteit gewonnen in private
tuinen en in navolging van toepassing van bamboes in verschillende
botanische tuinen en parken zien we ook meer en meer het gebruik
van bamboes in openbare plaatsen opduiken.
De
halm, het rizoom en de bladeren samen bepalen de groeivorm van de
plant, en dus ook de toepassingmogelijkheden in de tuin. In onze
streken worden de hoogste bamboes tot 10 m hoog, maar de kleinste
bamboes blijven over het algemeen lager dan 80 cm.
Deze variatie in hoogte, gecombineerd met variatie in
groeivormen bepalen de toepassingsmogelijkheden van bamboe als
sierplant. Voor de
tuin en openbare aanplantingen kunnen bamboes gebruikt worden als
solitair, voor hagen en afscheidingen, voor vakbeplanting,
bodembedekking of onderbegroeiing, of ook nog als potplant.
Bamboe laat zich bovendien ook goed combineren met tal van
andere planten, zowel eenjarigen, vaste planten, heesters of
bomen. De groene
kleur van bamboe, ook in de winter, levert een uitstekende
achtergrond, waarbij tal van bloemkleuren beter tot hun recht
komen in de tuin. Bamboes
zijn ook rustpunten in de tuin.
Voor
tuingebruik kunnen de winterharde bamboes grosso modo in drie
groepen worden onderverdeeld,
een indeling die ook een botanische achtergrond heeft.
Fargesia
groep: middelhoge tot hoge bamboes met pachymorfe of zodevormende
rizomen. vb. Fargesia, Thamnocalamus, Drepanostachyum en Yushania
Phyllostachys
groep, meestal wat hogere bamboes (uitzondering is Shibataea), met
kruipende of leptomorfe rizomen vb. Phyllostachys, Brachystachyum, Semiarundinaria,
Sinobambusa, Chimonobambusa,
Qiongzhuea en Shibataea.
Sasa groep, lagere
tot hoge bamboes met leptomorfe rizomen.
vb. Sasa, Sasaella,
Pseudosasa, Pleioblastus, Indocalamus, xPhyllosasa
Bij
gebruik van bamboe is een doordachte planning, gecombineerd met
een minimum aan onderhoud, voldoende om tientallen jaren lang
bamboeplezier te hebben. Bij
de doordachte planning horen de keuze van de juiste soort voor een
bepaalde toepassing, en de wijze van aanplanten. Een minimum aan
onderhoud betekent dat de plant of de beplanting minimaal éénmaal
jaarlijks wordt verzorgd, om een zo hoog mogelijke sierwaarde
blijvend te garanderen.