|
|
- In warmere streken tot 20 m
en meer, diameter meer dan 15 cm
- W.
Deze soort, en ook zijn variëteiten, zijn planten voor
warmere streken dan West-Europa.
Ze slaan moeilijk aan bij ons, en kunnen tot de grond
afvriezen in koude winters. De
scheuten lopen reeds vroeg uit (in mei) maar zijn onderhevig aan
nachtvorst.
- Edulis betekent ‘eetbaar’.
De vaak gebruikte andere naam voor deze soort duidt het
belangrijkste kenmerk van deze soort en zijn variëteiten:
Phyllostachys pubescens wil zeggen behaard.
Op de stengel is vaak duidelijk een zachte beharing
voelbaar, maar deze verdwijnt bij het afrijpen van de scheuten.
De kleur van de stengel is grijsachtig, te wijten aan een
wasachtig poeder.
-
In thuisland China wordt deze
bamboe gebruikt voor voedsel, als biomassa voor papier en
houtindustrie. In
West Europa mogelijk als sierplant, maar enkel in beschutte
plaatsen. Ondanks de relatief beperkte winterhardheid, zijn edulis en
de variëteiten bijzonder mooie bamboes, die een (beschutte)
plaats in de tuin verdienen.
Andere vormen
-
‘Heterocycla’
of ‘Kikkuchiku’: de lagere internodia zijn onregelmatig
gevormd (aan één zijde sterk ingekort, aan andere zijde relatief
langer). Men noemt dit ook de Schildpadbamboe, omdat het patroon
wat lijkt op de schelp van een schildpad.
-
‘Nabeshimana’:
de halm is geel, maar met verschillende smalle tot brede groene
strepen.
-
‘Bicolor’:
de halm is geel, met slechts enkele fijnere groene strepen.
'Bicolor'
|
|